G.H.P. de Jonge MSc. RA[1]
16 januari 2023

Des Pudels Kern van de latente AB claim
G.H.P. de Jonge MSc. RA Registeraccountant en waarderingsdeskundige

Des Pudels Kern van de latente AB claim

De uitspraak “Je gaat het pas zien als je het doorhebt” wordt in het algemeen aan Johan Cruijff toegedicht. Ik moest hieraan denken toen ik afgelopen weken weer diverse artikelen, uitspraken en meningen voorbij zag komen over de waardering van latente AB claims. Hoe kan het toch dat hier nog steeds geen algemene leer voor is vroeg ik me af. En hoe zit het toch met de waarde die de aanhangers van de nominale leer niet zien en de aanhangers van de contante leer wel. Bestaat die waarde echt of is dat maar schijn? En als die waarde echt bestaat, waar zit die dan? In deze bijdrage leg dat uit.

1 Inleiding

De afgelopen tijd is naar aanleiding van verschillende rechterlijke uitspraken[2] de discussie over de waardering van latente AB claims bij echtscheidingen en nalatenschappen weer opgelaaid. Verschillende auteurs hebben betoogd dat ten behoeve van een juiste waardering van het te verdelen aandelenvermogen de latente AB claim altijd op de nominale waarde moet worden gewaardeerd. Dat is op zich ook juist. Maar hiermee is nog geen recht gedaan aan de aanhangers van de contante waarde benadering. Die hebben nog steeds en terecht ook het gevoel dat ze tekortkomen als de latente AB claim nominaal wordt gewaardeerd. Waar zit dan toch dat extra rendement dat de aanhangers van de contante waarde zo graag in de verdeling willen betrekken en dat de aanhangers van de nominale waarde niet zien? In deze bijdrage leg ik dat uit. Ik hoop dat hiermee het probleem dan uit de wereld is. Want het is niet goed als deze discussie partijen blijft verdelen.

2 Aanpak

Omdat het hier om ingewikkelde materie gaat heb ik gekozen voor een gemakkelijke schrijfstijl en zal ik de lezer ook niet opzadelen met ingewikkelde rekenpartijen. Ik zal de problematiek van de waardering van de latente AB claim behandelen aan de hand van een gefingeerde casus van Henk en Anja die gaan scheiden en daarbij door een adviseur worden begeleid. Mijn bedoeling is uiteraard dat u aan het einde van mijn betoog doorheeft hoe het zit en wat er in de praktijk misgaat.

3 Henk en Anja

Henk en Anja gaan dus scheiden. Henk heeft een onderneming in BV vorm. Henk en Anja hebben samen met een adviseur de waarde van de onderneming van Henk berekend op € 750.000. Naast de operationele onderneming zit in de BV van Henk ook nog een banksaldo van € 250.000. Dat banksaldo bestaat uit wat wordt aangeduid als overtollige liquiditeiten. Dat is geld dat de onderneming van Henk in het verleden heeft verdiend en nu niet meer nodig heeft. De balans van de BV van Henk ziet er dan als volgt uit:

Banksaldo €          250.000 Waarde aandelen  €       1.000.000
Onderneming €          750.000 
Totaal €       1.000.000  €       1.000.000

Op de waarde van de aandelen van € 1.000.000 rust een latente AB claim. In dit voorbeeld ga ik omwille van het rekenkundige gemak en de leesbaarheid nog even uit van het oude percentage van 25%. De latente AB claim bedraagt dan € 250.000. Dat bedrag is toevallig precies gelijk aan het banksaldo van de BV. Henk en Anja zijn er zich van bewust dat de latente AB claim ooit een keer aan de belastingdienst betaald moet worden. Eigenlijk zouden ze het bedrag nu ook wel meteen aan de belastingdienst kunnen afdragen. Het zijn tenslotte overtollige liquiditeiten. Maar ze stellen de afdracht daarvan toch nog liever even uit.

4 De adviseur

Volgens de adviseur is er dan wat de aandelen betreft een bedrag van € 750.000 te verdelen tussen Henk en Anja. Namelijk de waarde van de aandelen van € 1.000.000 minus de latente AB claim van € 250.000. Toevallig is de te verdelen waarde van de aandelen precies gelijk aan het gezamenlijke banksaldo van € 750.000 van Henk en Anja dat ook nog verdeeld moet worden. Dat komt mooi uit. Anja krijgt het gezamenlijke banksaldo van € 750.000 en Henk krijgt de aandelen die na aftrek van de nominale waarde van de latente AB claim ook precies € 750.000 waard zijn.

5 Anja

Voor Anja voelt deze verdeling toch niet helemaal lekker. Die € 250.000 op de bankrekening van de BV moet weliswaar ooit nog eens aan de belastingdienst betaald worden weet ze. Maar dat kan nog wel 25 jaar duren. Ondertussen kan de BV van Henk daar dan nog van alles mee doen. Anja wil daarom graag de helft van het banksaldo van de BV van Henk en de helft van de latente AB claim van Henk overnemen. Dan kan zij net als Henk ook leuke dingen met dat geld doen. Over een jaar of 25 betaalt ze het bedrag van € 125.000 dan wel aan de belastingdienst. Tegen die tijd is het geld toch niet meer veel waard denkt ze. Henk vindt dit best een goed idee van Anja. Hij wil daar ook aan meewerken. Henk begrijpt ook wat Anja bedoelt als ze zegt dat de verdeling anders niet helemaal eerlijk is volgens haar.

6 Overleg

Henk en Anja bespreken hun plan met hun adviseur. Die vindt het wel een sympathiek idee. Maar het is helaas niet mogelijk zegt hij. Die latente AB claim moet bij Henk blijven. Daar kan Anja niet de helft van overnemen. En als die claim bij Henk blijft, dan moet het geld daarvoor natuurlijk ook bij Henk blijven. Die claim moet tenslotte ooit een keer betaald worden.

7 Twijfel

De discussie met Henk en Anja over de verdeling van de AB claim laat de adviseur niet los. Het lijkt er inderdaad op denkt hij dat Henk nu beter af is dan Anja. Maar volgens allerlei deskundigen die hij hoogacht moet de AB claim toch echt altijd tegen de nominale waarde worden gewaardeerd weet de adviseur. Waarom zijn er dan aan de andere kant toch rechters die aan die AB claim een lagere contante waarde toekennen vraagt hij zich af. In dit geval heeft de adviseur zelf ook een beter gevoel bij een lagere contante waarde dan bij de nominale waarde. Maar wat moet hij dan contant maken vraagt hij zich af.

In een keer schiet hem iets te binnen. De adviseur herinnert zich een college dat hij lang geleden gevolgd heeft. Dat ging over de waardering van exclusieve rechten. Destijds zei hem dat niet zoveel. Maar nu komt het in een keer allemaal bij elkaar. Hij herinnert zich dat de professor erop hamerde dat het dan niet gaat om gewone rechten die iedereen heeft. Het sleutelwoord is exclusiviteit heeft de professor erin gehamerd. Als twee partijen dezelfde rechten hebben, dan heeft het geen zin om daar lang bij stil te staan. De waarde van die rechten is dan gelijk, wat die waarde verder ook zijn mag. Maar als een partij een recht heeft dat een andere partij niet heeft, dan moet je daar goed naar kijken. Een exclusief recht kan namelijk significante economische waarde hebben.

In een keer valt het kwartje bij de adviseur. Als Anja de helft van het banksaldo van de BV en van de AB claim van Henk overneemt, dan heeft ze dezelfde rechten als Henk. Dan maakt het verder niet meer uit en kunnen ze daarmee allebei doen en laten wat ze willen. Ze zijn dan in een gelijke uitgangspositie gebracht. Maar als de latente AB claim helemaal bij Henk blijft is het uitstel van belasting een exclusief recht van Henk. Anja heeft dat recht dan niet. Daarom moet dat recht dan apart gewaardeerd worden t.b.v. de verdeling. Dat is des Pudels Kern stelt de adviseur blij vast. Nu weet hij wat hem te doen staat.

8 De plannen van Henk

De adviseur bespreekt zijn bevindingen met Henk en Anja. De cruciale vraag is wat Henk van plan is met het banksaldo van € 250.000 van zijn BV. Henk vertelt dat hij nu 35 jaar is en van plan is een beleggingspand te kopen. Hij heeft dat al vaker met zijn accountant besproken. In eerste instantie was het idee om het geld daarvoor zo goedkoop mogelijk van zijn BV te lenen en daarmee dan in privé het pand te kopen. Dat was belastingtechnisch het voordeligste had zijn accountant hem uitgelegd. Maar ondertussen is dat minder aantrekkelijk geworden weet Henk omdat de belastingwetten zijn veranderd. Henk is daarom nu van plan om met zijn BV een beleggingspand te kopen. Hij verwacht daarvan een netto rendement van ongeveer € 10.000 per jaar. Henk wil dat pand dan in ieder geval een jaar of 25 houden en dan wat rustiger aan gaan doen.

9 Het voordeel

De adviseur becijfert dat de BV van Henk dan minstens 25 jaar lang € 10.000 per jaar aan extra inkomsten kan verwachten. Eigenlijk zou de helft van dat voordeel dan voor Anja moeten zijn omdat zij niet de helft van de latente AB claim van Henk kan overnemen. Daarom komt het voordeel daarvan nu helemaal aan Henk toe.

10 De oplossing van Anja

Anja weet dat Henk over het verwachte netto rendement van € 10.000 per jaar ooit ook nog eens 25% AB heffing moet betalen. Als Henk het netto rendement jaarlijks uitkeert houdt hij privé een bedrag van € 7.500 per jaar over. Anja weet ook dat Henk jaarlijks de huur mag verhogen, dat hij de winst ook kan herbeleggen i.p.v. uitkeren en dat panden op de lange termijn ook nog wel eens in waarde willen stijgen. Uiteraard weet Anja ook dat er risico’s zijn en dat je vooraf nooit alles zeker weet. Dat heeft de adviseur Henk en Anja uitgelegd toen ze samen de onderneming van Henk aan het waarderen waren. Daar zijn ze toen ook samen uitgekomen. Anja weet het goed gemaakt en becijfert de contante waarde van de verwachte voordelen voor Henk van de latente AB claim op een bedrag van € 200.000. Op dat voordeel drukt ook weer een nieuwe latente AB claim. Anja weet dat ze die latente AB claim nominaal moet waarderen. Dus op 25% en dat doet ze dan ook netjes. De adviseur wijst Anja er nog op dat ze eigenlijk moet itereren. Want nu is er weer een nieuwe AB claim die Henk ook weer kan doorschuiven. Dat heeft te maken met herbeleggen en het rente op rente effect. Maar Anja vindt het welletjes zo. Ze wil er een klap op geven en daarmee is dan wat haar betreft de kous af. Anja berekent het netto voordeel van de latente AB claim voor Henk op een bedrag van € 150.000. De helft daarvan ofwel € 75.000 komt dan aan haar toe volgens Anja. Daarna zijn ze dan wat Anja betreft allebei in dezelfde uitgangspositie gebracht en kan de verdeling als afgerond worden beschouwd.

11 De rechter

Als Henk en Anja er samen uitkomen op deze manier hoeft er geen rechter aan te pas te komen om een geschil over de waardering van de latente AB claim te beslechten. Maar als ze er niet samen uitkomen zal er toch weer een rechter over moeten beslissen. Die zal zich dan ook weer laten leiden door de jurisprudentie van de Hoge Raad .Gaat de rechter dan in dit geval van Henk en Anja beslissen dat de latente AB claim op de nominale of op een contante waarde moet worden gewaardeerd? Ik verwacht eerlijk gezegd het laatste. Dat zie je recent nog gebeuren in een uitspraak van 22 december 2022 van de Rechtbank Oost Brabant. Deze uitspraak is gepubliceerd op de Kennisbank Familierecht. De rechter waardeert in dit specifieke geval de latente AB claim door deze contant te maken over 14 jaar tegen 4% rente. Dat komt dan overeen met een waarde van ongeveer 57,75% van de nominale waarde.

Als we de rekenmethode van deze rechter toepassen op de casus van Henk en Anja dan zou daar de latente AB claim gewaardeerd worden op 37,51% van de nominale waarde. Dat komt dan door de langere looptijd van 25 jaar. Met de rekenmethode van de rechter neemt de te verdelen waarde tussen Henk en Anja dan toe met € 156.221. De berekening van Anja komt uit op € 150.000. U moet me geloven dat ik geen enkele poging heb gedaan om ergens naar toe te rekenen. Dit is gewoon hoe het in dit geval uitkomt als je het op twee verschillende manieren beredeneert.

12 De Advocaat Generaal

Het doet mij deugd dat de Advocaat Generaal bij de HR in haar conclusie van 22-10-2021 (ECLI:NL:PHR:2021:999) in rechtsoverweging 3.13 en de voetnoten 39 en 40 verwijst naar mijn standpunt dat een latente AB claim een exclusief recht is dat apart moet worden gewaardeerd[3]. Voor het doen van recht is dit in de meeste gevallen misschien niet eens zo belangrijk. Dat lukt met de berekening van de contante waarde zoals de rechters dat nu doen meestal toch al heel aardig. Maar methodologisch is de methode met een aparte waardering van het exclusieve recht om de belastingclaim door te schuiven beter. Ik zou die dan ook graag terugzien in de praktijk en in toekomstige uitspraken van rechters.

Dank voor het lezen van deze bijdrage.


[1] G.H.P. de Jonge MSc. RA is partner bij De Jonge Accountants in Waalwijk en werkzaam als registeraccountant en waarderingsdeskundige.

[2] O.a. ECLI:NL:HR:2022:583, ECLI:NL:GHDHA:2022:1991 en een uitspraak van de Rechtbank Oost Brabant van 22 december 2022 die gepubliceerd is op de Kennisbank Familierecht.

[3] G.H.P. de Jonge, ‘De vergeten waarde bij het doorschuiven van de aanmerkelijk belang belastingclaim bij echtscheiding’, EB 2019/108

Snel contact met ons.

Stuur ons een bericht en we nemen zo spoedig mogelijk contact met u op. Vergeet uw telefoonnummer niet.